Zorgbeleid 2020-2021

Onze visie op zorg

De instap in de lagere school is niet gelijk voor alle kinderen. Al van in de kleuterschool merken we grote verschillen in hun ontwikkeling. Sommigen zijn heel taalvaardig en kunnen moeiteloos starten met lezen, schrijven en rekenen. Andere kinderen vertonen nog absoluut geen interesse voor de schoolse vaardigheden of groeien op in een gezinscultuur die weinig aansluiting vertoont met die van de school. En toch starten al deze kinderen in de lagere school en zullen we hen moeten begeleiden en stimuleren, opdat ze op het einde van de rit de eindtermen bereiken.

Op de eerste plaats vinden wij het erg belangrijk dat kinderen zich ‘goed’ en ‘betrokken’ voelen in onze school. Ook kinderen uit zwakkere sociale milieus of kinderen die thuis een andere cultuur en/of taal hebben, moeten zich van bij de start ‘geborgen’ voelen.  Dit kan als we een veilig klasklimaat creëren.
Om tegemoet te komen aan de noden en mogelijkheden van alle kinderen, trachten we een zorgbeleid op maat aan te bieden en uit te breiden, weliswaar binnen de grenzen van onze draagkracht.

Het zorgbeleid binnen onze school is een opdracht voor het hele team omdat we pleiten voor een geïntegreerde aanpak van zorgbreed onderwijs.
Elke klasleerkracht is verantwoordelijk voor de eerstelijnszorg in de klas.
De zoco en het zorgteam ondersteunen de klasleerkrachten en hebben ook taken op niveau van de school en de leerlingen.
De zorgcoördinator en de directeur sturen de hele zorgcarrousel in samenspraak met het team.

De doelstellingen van een ge´ntegreerd zorgbeleid liggen op drie niveaus:

Coördinatie van de zorg op niveau van de school

- Door middel van een leerlingvolgsysteem kunnen we lln. opvolgen zowel op vlak van welbevinden en betrokkenheid, als op vlak van competenties en leerinhouden.
- Elk kind heeft een individueel digitaal dossier waarin gegevens van de lln. worden bijgehouden. Zo blijven alle lkrn. op de hoogte van de evolutie van de lln. en kunnen ze nagaan welke aanpak het meest aangewezen is.
- Er wordt via email, telefonisch, via een heen- en weerboekje of via overlegmomenten op school contact gehouden met de extra hulpverleners.
- Ouders van kinderen die extra zorg nodig hebben, worden door de klasleerkracht en/of zoco op de hoogte gebracht en indien nodig uitgenodigd voor een gesprek.
- We werken samen met de zoco’s van de scholengemeenschap. We wisselen ideeën uit om van elkaar te leren.

Coördinatie van de zorg op niveau van de leerkracht

- Vanuit een overleg of op vraag kunnen er kinderen besproken worden waarbij zorgen zijn.
- Bij het uitstippelen van trajecten voor lln. die speciale zorg nodig hebben, kunnen lkrn. ondersteund worden.
- De lkrn. kunnen advies vragen aan de zoco betreffende de didactische aanpak, materiaalkeuze, leerstoornissen, gedragsproblemen, ontwikkelingsstoornissen. De zoco kan indien nodig aan niveaubepaling doen zodat de remediëring en/of differentiatie in de klas gericht kan gebeuren.
- Ook voor het voorbereiden van een oudercontact kan men bij de zoco terecht. Indien gewenst, is de zoco aanwezig tijdens het gesprek met ouders.
- Gegevens voor een intern overleg/MDO worden door de klasleerkracht digitaal voorbereid in het LVS.
- Leerkrachten met een duopartner houden regelmatig overleg om hun pedagogisch handelen op elkaar af te stemmen.
- Leerkrachten krijgen kansen tot verdere professionalisering via nascholingen, studiedagen.
- Er is mogelijkheid tot het volgen van individuele, specifieke opleidingen als de nood ervoor is.

Coördinatie van de zorg op niveau van de leerlingen

- De lln. die zich situeren in een risicogroep worden door de klaslkr. extra opgevolgd. (LVS- zone D en E). De zorgleerkracht of zoco springt hierin bij ter ondersteuning.
- Elke klas krijgt hulp van een zorgleekracht/co-teacher. De klasgroep kan opgesplitst worden om zo met een kleinere groep lln. te werken o.a. voor wiskunde volgens een drie-sporenbeleid.
De groepen krijgen dezelfde lessen, maar met de kans om te werken op eigen tempo en niveau. Tussentijds wordt er geëvalueerd en kunnen de groepen steeds worden aangepast. Leerlingen krijgen de mogelijkheid om hun eigen niveau in te schatten.
- Sommige lln. krijgen sticordimaatregelen – zeker deze met een attest betreffende een ontwikkelings- of leerstoornis maar dat is niet altijd noodzakelijk. De genomen maatregelen worden genoteerd en met de ouders en het kind besproken.
- Kinderen met socio-emotionele problemen krijgen extra aandacht van de klaslkr. Deze kinderen worden eventueel uitgenodigd voor een gesprek bij zoco, zorglkr.
- Er is extra aandacht voor kinderen met kansarmoede. Door met open ogen naar kinderen te kijken, probeert de lkr. kansarmoede te herkennen, te melden en er rekening mee te houden. (cfr. MAX traject)

Hiernaast zijn er nog schooloverstijgende samenwerkingsverbanden met andere participanten (KOM, ondersteuningsnetwerk, DSO, gemeente, …) Een geïntegreerd zorgbeleid impliceert een systematische zelfevaluatie. We moeten regelmatig nagaan of de acties erop gericht zijn om het vooropgestelde zorgbeleid te realiseren.

 

Continuüm van zorg op school

Brede basiszorg
De brede basiszorg die de leerkracht aan alle leerlingen biedt, kan je vergelijken met de zorg van ouders voor hun kinderen.
De leerkracht houdt rekening met de verschillen tussen de leerlingen en stimuleert de ontwikkeling van de leerlingen via een krachtige leeromgeving, het systematisch opvolgen van leerlingen en het actief werken aan het verminderen van risicofactoren.

Verhoogde zorg
Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften voorziet de leerkracht verhoogde zorg onder de vorm van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen. Leerlingen en hun ouders zijn als ervaringsdeskundigen nauw betrokken. Bij voorkeur realiseren we die zorg binnen de klascontext.
De klasleerkrachten worden hierbij ondersteund door andere teamleden.
De leerlingen volgen allen het gemeenschappelijke curriculum.

Uitbreiding van zorg
Voor een kleiner aantal leerlingen volstaat de verhoogde zorg niet.
In deze fase van het zorgcontinuüm zet de school de maatregelen uit de fase verhoogde zorg onverkort verder en zal het CLB een handelingsgerichte diagnostiek opstarten.
Ouders, leerkrachten, de leerling zelf of het CLB kunnen dit signaleren aan het zorgteam.
Het zorgteam overlegt met alle betrokkenen en zoekt welke bijkomende ondersteuning nodig is voor de verdere begeleiding van de leerling.
De leerkracht overlegt met de ouders en de leerling over specifieke maatregelen.

Overstap naar een school op maat of IAC
Het kan zijn dat het zorgaanbod en de eventuele ondersteuning door externen onvoldoende antwoord bieden op de onderwijsbehoeften van de leerling.
Het gaat over leerlingen waarvoor een individueel curriculum noodzakelijk is.
Een overstap naar een school op maat, met een specifiek aanbod, kan een zinvol alternatief zijn. Als school blijven we verantwoordelijk voor een handelingsgerichte overstap.

 

Decreet 'Leerlingenbegeleiding'

De school is vanaf 1 september 2018 decretaal verplicht om een beleid op leerlingenbegeleiding uit te werken en te implementeren.
Dit beleid situeert zich op 4 begeleidingsdomeinen:

Onderwijsloopbaan
heeft tot doel de leerling te ondersteunen om voldoende zelfkennis te ontwikkelen, om inzicht te verwerven in de structuur van en de mogelijkheden binnen het onderwijs, een opleiding en de arbeidsmarkt en om adequate keuzes te leren maken op school en daarbuiten.

Leren en studeren
heeft tot doel het leren van de leerling te optimaliseren en het leerproces te bevorderen door leer- en studievaardigheden te ondersteunen en te ontwikkelen.

Psychisch en sociaal functioneren
heeft tot doel het welbevinden van de leerling te bewaken, te beschermen en te bevorderen waardoor de leerling op een spontane en vitale manier tot leren kan komen en zich kan ontwikkelen tot een veerkrachtige volwassene.

Preventie gezondheidszorg
heeft tot doel de gezondheid, groei en ontwikkeling van leerlingen te bevorderen en te beschermen, het groei- en ontwikkelingsproces op te volgen en tijdig risicofactoren, signalen, symptomen van gezondheids- en ontwikkelingsproblemen te detecteren.

Elke school moet samen met haar team, ouders, leerlingen en met steun van pedagogische begeleidingsdiensten of andere externe dienst, een kwaliteitsvol, geïntegreerd beleid uitwerken rond leerlingenbegeleiding. Daarbij moet bijzondere aandacht gaan naar onze maatschappelijk kwetsbare groepen.
Dit beleid vormt de basis voor de samenwerkingsafspraken met het CLB.

Taken binnen het team

Klasleerkracht (+ zorgleerkracht/co-teacher)
De klasleerkracht is de spilfiguur en zorgt voor optimale leerkansen waarbij alle kinderen, ook zwakkere en meer getalenteerde leerlingen, zich goed voelen. Hij/Zij zet niet enkel in op de schoolse ontwikkeling maar heeft aandacht voor het totale kind met al zijn talenten. Zorg dragen gebeurt niet alleen via remediëring maar even belangrijk zijn de onderwijscontext, de keuze van leerinhouden, het didactisch handelen, de zorg voor het sociaal-emotionele én de samenwerking met ouders en externe partners. De klasleerkracht wordt ondersteund en bijgestaan door andere personen die een teamopdracht vervullen.

Zorgcoördinator: Greet Ooms (en zorgleerkrachten)

De opdracht van een zorgcoördinator en zorgleerkrachten is veel ruimer dan enkel het werken met kinderen.
Het zorgbeleid wordt op drie verschillende niveaus uitgewerkt. (school – leerkracht – leerlingniveau)
Op schoolniveau denken de zoco en zorgleerkrachten mee na over de schoolwerking, nieuwe ontwikkelingen en hoe we de kwaliteit van ons onderwijs kunnen behouden en verbeteren.
Regelmatig vergaderen de zorgcoördinator, de zorgleerkrachten en/of de directeur over de werking van de school.

Wat aan bod kan komen:
• Welke onderwerpen werken we uit op een pedagogische studiedag ?
• Hoe kunnen we het 3-sporenbeleid integreren tijdens de wiskundelessen (andere vakgebieden) aan de hand van de ZILL-doelen?
• Welke afspraken maken we op schoolniveau om te komen tot de automatisatie van de parate kennis wiskunde ? (cfr LVS-testen)
• Hoe kunnen we snellerende kinderen meer uitdaging geven?
• Op welke manier kunnen we kinderen beter opvolgen en evalueren ?
• …        

De zorgcoördinator coördineert het overleg tussen CLB, ouders, externe begeleiders (logo, kiné, Babbelkousje, ondersteuningsnetwerk, huiswerkbegeleiding, …).
Zij is aanwezig op een overleg op vraag van één van de betrokkenen.

Er is om de 2 maanden een overleg tussen de klasleerkracht en de zorgleerkracht/co-teacher waarbij de klaswerking, de kinderen en deelleergebieden besproken kunnen worden. De zoco volgt gedurende verschillende schooljaren dezelfde kinderen op, waardoor zij goed op de hoogte is van de evolutie van kinderen.
Indien nodig wordt het CLB betrokken bij besprekingen. De zoco (zorgleerkracht) gaat samen met de klasleerkracht en co-teacher op zoek naar geschikte hulpmiddelen om kinderen te begeleiden die het moeilijker hebben. Hij/Zij zoekt ook mee naar manieren om snellerende kinderen meer uitdaging te bieden, de werkhouding van kinderen te verbeteren, het leren lezen te ondersteunen, …

Sommige kinderen hebben extra (individuele) begeleiding nodig, bijvoorbeeld extra inoefening of herhaling bij splitsingen, brugoefeningen, spelling, leren leren, … Deze begeleiding gebeurt zowel binnen als buiten de klas.

Voor ieder kind wordt een volgsysteem opgesteld. Door regelmatige evaluaties en genormeerde toetsen (leesniveaus, LVS-test) worden leerlingen van dichtbij opgevolgd.

Ook op sociaal-emotioneel vlak biedt het zorgteam ondersteuning. Kinderen die het op sociaal-emotioneel vlak (eventueel tijdelijk) wat moeilijker hebben, kunnen beroep doen op zorghulp tijdens een pauze of tijdens een crisismoment.

De coördinatie van een zorg- en rapportprogramma gebeurt door de zoco. Zij werkt ook mee aan de optimalisatie van de zorgwerking op KOM-niveau.

Zorgleerkrachten: Nikki Blommé, Simon Fonteyn, Erin Lodewyckx en Ute Seymens

De zorgleerkrachten maken samen met de zoco deel uit van het zorgteam. De zorguren in de verschillende leerjaren worden ingevuld door zorglkrn. in samenspraak met de klasleerkrachten. De directie geeft aan de leerjaarteams een grote autonomie voor de invulling van de zorguren.
De zorgleerkrachten gaan concreet aan de slag binnen de klas, samen met de klasleerkracht. Er wordt gedifferentieerd naar onder of boven toe, en er kunnen remediëringsgroepjes worden opgesteld op basis van LVS- resultaten of andere leerlingobservaties.

We kozen dit schooljaar voor (zoveel mogelijk) een vaste zorgleerkracht per klas, zodat er zeker in de voormiddagen (voor wiskunde, spelling, …) aan co-teaching kan gedaan worden. Met twee leerkrachten voor de klas kan je nu eenmaal beter inspelen op verschillende noden bij de leerlingen en kan je als leerkracht een betere taakverdeling maken. Kortom: Je ervaart als leerkracht meer rust, je werkt efficiënter (met z’n tweeën krijg je meer gedaan) en heb je meer tijd voor de individuele begeleiding van leerlingen. De leerkrachten zelf bekijken samen welke vorm van co-teaching voor hen het meest geschikt blijkt.

Observerende co-teaching – assisterende co-teaching – parallelle co-teaching – station co-teaching – alternatieve (gedifferentieerde) co-teaching of complementaire co-teaching
(extra info – zie prioplan)

Ook de klasovernames tijdens overlegmomenten of bijscholingen van collega's zitten mee in het takenpakket van de zorgleerkrachten.

CLB-medewerker: Carine Ooms
Het CLB onthaalteam en trajectteam nemen volgende taken op:

Helpen bij het doorverwijzen naar BuO, verwijzen naar een andere klasgroep 
Helpen bij socio-emotionele problemen van kinderen
Geven advies rond specifieke problematieken: ADHD, autisme,...
Helpen mee zoeken naar oplossingen bij overleg
Zorgen (indien nodig) voor een gemotiveerd verslag.
...

Andere externen zoals o. netwerker

Onze school werkt samen met het ondersteuningsnetwerk Kempen.
Overleg met de ondersteuners verloopt eerst met de zoco, directie, CLB.
De school heeft de regie om kinderen met een bepaald diagnostiek aan te melden voor (flexibele) ondersteuning tijdens de klasuren. Leerlingen met een attest en gemotiveerd verslag worden via het o. netwerk op school ondersteund.
De ondersteuners werken ondersteunend en afhankelijk van de ondersteuningsnood van specifieke lln. wordt ook ingezet op individuele begeleiding. Ook ouders worden hierbij betrokken en mogen hun hulpvragen formuleren.

Directeur

Biedt actieve ondersteuning bij  zorginitiatieven.
Is pedagogische eindverantwoordelijke van het zorgbeleid

Leerlingvolgsysteem / genormeerde testen en leerlingdossier

Een leerlingvolgsysteem is een systeem dat toelaat om de “schoolse” ontwikkeling van alle kinderen gedurende hun schoolloopbaan in kaart te brengen aan de hand van gestandaardiseerde testen.
In alle klassen worden 2 keer per jaar genormeerde testen – LVS testen - afgenomen voor spelling, wiskunde en technisch lezen (nieuwe AVI).
De resultaten van de genormeerde toetsen voor lezen, spelling en rekenen worden geregistreerd.

De SALTO wordt afgenomen voor de lln. die voor de eerste keer in het Nederlandstalig onderwijs starten.  Deze screening tracht na te gaan wat het niveau is van de leerling inzake de onderwijstaal.
Deze screening is een beginsituatieanalyse die moet aangeven of er nood is aan maatregelen m.b.t. de onderwijstaal. Indien de resultaten daar aanleiding toe geven, probeert de school te voorzien in een taaltraject dat aansluit bij de beginsituatie en de specifieke noden van de betrokken leerling inzake de onderwijstaal.

In het zesde leerjaar worden paralleltesten afgenomen van drie verschillende leergebieden.

De klasleerkrachten nemen de tests af in hun klas en verbeteren deze (met zorg voor gestandaardiseerde afname en correctie). Analyse van de genormeerde testen gebeurt door de zoco (en zorglkrn.) met als doel differentiatie en remediëring optimaal in te zetten.
Bij zwakke LVS resultaten op klas- en schoolniveau (bv. automatisatie wiskunde) wordt hier extra op ingezet. (iedere ochtend 10’ automatisatieoefeningen in elk leerjaar).
Na een periode van inoefening/training wordt een (her)test gedaan om vooruitgang te kunnen meten.

Van elk kind wordt een digitaal leerlingdossier aangelegd waarin alle nuttige gegevens ingegeven worden die belangrijk zijn voor de begeleiding.  Het dossier moet het mogelijk maken om snel en efficiënt specifieke zorgvragen te detecteren en te inventariseren.
Zorgvragen kunnen te maken hebben met:

Om de maatschappelijke noden en vragen van en aan onze school te blijven opvangen, blijft een continue, structurele en inhoudelijke uitbouw van een zorgbrede school onze prioriteit!